Het woord biodiversiteit bestaat uit twee delen: bio en diversiteit. 'Bio herken je wel uit het schoolvak biologie. 'Bio' betekent: het leven betreffende. 'Diversiteit' betekent: verscheidenheid, afwisseling, variatie.
Biodiversiteit is het leven om ons heen, in alle mogelijke soorten en vormen: dieren, planten, schone lucht en micro-organismen. Ook de variatie binnen soorten (bij honden: van keeshond tot wolfshond) wordt tot biodiversiteit gerekend, evenals de verscheidenheid van leefgemeenschappen of ecosystemen zoals bossen, heide, duinen, rivieren en zee.
Biodiversiteit staat eigenlijk voor de rijkdom aan leven om ons heen. Het is de natuur, en vooral de verscheidenheid van die natuur. Vaak praat men over 'groen' of 'natuur' terwijl biodiversiteit wordt bedoeld.
In Nederland is sprake van verlies aan biodiversiteit. Sinds 1900 is de soortenrijkdom met de helft afgenomen door grootschalige verstedelijking, aanleg van wegen en milieuvervuiling. Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar de vlinders. De afgelopen eeuw zijn in Nederland verdwenen: donker pimpernelblauwtje, duingentiaanblauwtje, dwergblauwtje, dwergdikkopje, groot geaderd witje, kalkgraslanddikkopje, keizersmantel, klaverblauwtje, moerasparelmoervlinder, pimpernelblauwtje, purperstreepparelmoervlinder, rode vuurvlinder, rouwmantel, tijmblauwtje, vals heideblauwtje, woudparelmoervlinder, zilverstreephooibeestje en zilvervlek. Nog eens 25 vlindersoorten dreigen te verdwijnen.
Waarom is biodiversiteit belangrijk?
Allereerst geldt dat al het leven recht op leven heeft. Ieder onderdeel van de biodiversiteit, iedere plant, ieder dier is waardevol. Maar daarnaast is biodiversiteit voor de mens ook onontbeerlijk. Stel dat er alleen tarwe is waarvan brood kan worden gemaakt. Als er een wereldwijde ziekte onder tarwe uitbreekt, zou er geen brood meer gemaakt kunnen worden. Gelukkig zijn er meer soorten graan (= biodiversiteit) waarvan brood gemaakt kan worden, zoals rogge en gierst.
Mensen zijn afhankelijk van biodiversiteit omdat de diverse soorten hen de grondstoffen leveren voor voedsel, energie en woningen. De biodiversiteit in de bodem helpt die bodem in stand te houden. Bossen helpen om water en bodem vast te houden en zorgen zo voor bescherming tegen erosie en overstromingen.
Elke dag verdwijnt er ergens op aarde een planten- of diersoort, vaak in het tropisch regenwoud (waar nog duizenden soorten bestaan die nog niet 'ontdekt' zijn). Eenmaal verdwenen komt die soort nooit meer terug. Dat kan ook voor de mens heel vervelend zijn. Misschien bevatte die verdwenen en nog onbekende plant wel een werkzame stof tegen kanker...
Het tropisch regenwoud telt de meeste soorten planten en dieren van alle leefgemeenschappen
Als we niets doen ontstaan in Nederland ernstige problemen met de biodiversiteit.
Tweederde van de natuur komt door verdroging in de problemen. De helft van onze plantensoorten wordt bedreigd door verzuring (= het zuurder worden van de grond) en door het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Maar ook buiten Nederland dreigt het fout te gaan. Als we niets doen, is de mondiale biodiversiteit over dertig jaar zover afgenomen, dat voor groepen mensen de bestaanzekerheid op het spel staat. Waterkringlopen raken verstoord (met als gevolg: woestijnvorming, verzilting (= grond wordt steeds zouter waardoor er niets meer wil groeien) en overstromingen).
Voor grote groepen mensen, vooral in arme landen, is er dan niet meer genoeg schoon en veilig water en komt de voedselproductie in problemen. Op internationaal niveau lijken conflicten om water onvermijdelijk.