Oplossingen: overbevissing

Overbevissing is een wereldwijd probleem. Bij overbevissing wordt er meer vis van bepaalde soorten gevangen dan er jonge vissen bij komen. De hoeveelheid beschikbare vis van een bepaalde soort gaat daarmee achteruit en als dat ver doorzet kan een soort zelfs uitsterven. Bedreigde soorten zijn bijvoorbeeld de blauwvintonijn en de kabeljauw. Je zou kunnen zeggen dat technologische ontwikkelingen hebben bijgedragen aan de overbevissing. Netten en vangsttechnieken worden steeds beter. Scholen vis worden opgespoord met radar, netten zijn soms kilometers lang zodat er voor de vis geen ontsnappen mogelijk is.


Radar om vis op te sporen

Oplossingen komen van de politiek: zo stelt de Europese Unie elk jaar visquota op. Een quotum is een per soort van tevorten vastgestelde hoeveelheid vis die door de schippers dat jaar gevangen mag worden. Als dat aantal is bereikt, mag er niet worden doorgevist. Het probleem is dat niet alle landen quota opstellen en dat sommige, armere landen niet de middelen hebben om te controleren of vangstquota overschreden worden of niet.

Technische oplossingen liggen op het gebied van het kweken van vis. Met een duur woord wordt dat aquacultuur genoemd. Aquacultuur is de snelst groeiende vorm van voedselproductie in de wereld. Bijna eenderde van alle vis die op de wereld wordt geconsumeerd, is afkomstig van aquacultuur. Viskweek kan een oplossing zijn voor de toenemende vraag naar vis en een bijdrage leveren bij het tegengaan van overbevissing. Er zijn twee soorten visteelt: in open water (op zee of in meren) en in bassins op het land. De bekendste vissoort die in open water wordt geteeld is zalm (in een Noors fjord bijvoorbeeld waarbij de doorgang met netten is afgeschermd). Bij de teelt in bassins zijn de belangrijkste soorten in Nederland paling, meerval, tilapia, snoekbaars en tarbot.

Het is wel van belang dat gekweekte vissen niet in aanraking komen met vissen in de vrije natuur; die zouden anders bijvoorbeeld ziektes kunnen overnemen.

 

Aquacultuur