1995 - Srebrenica - voor de docent: info

 
In deze les verdiepen leerlingen zich in de rol van de Verenigde Naties als vredeshandhaver. Deze rol sluit aan bij het streven van de VN om oorlog uit te bannen als middel om conflicten tussen landen of tussen groepen binnen een land, te beslechten. Om oorlogen te voorkomen of te beëindigen voert de VN vredesmissies uit met soldaten, die door enkele van haar lidstaten worden afgevaardigd. Soms heeft een vredesmissie succes, dan weer mislukt die, zoals in voormalig Joegoslavië in 1995. Dat was het debacle van Srebrenica.

De leerlingen gaan na, waar dat debacle aan te wijten was en wanneer een vredesmissie de meeste kans van slagen heeft.

Plan van aanpak:
Voor deze les trekt u 90 minuten uit.

De opdracht in de les bestaat uit drie delen:

  1. De bron ‘‘Srebrenica’ individueel lezen. Trek er 15 minuten voor uit.
  2. Een onderzoek uitvoeren in drie groepen. Hier trekt u 45 minuten voor uit.
  3. Een klassengesprek houden rond de stelling: ‘Nederland moet blijven meedoen aan VN-vredesmissies’ Ruim voor deze activiteit 30 minuten in.

Als iedereen de bron over Srebrenica gelezen heeft, laat u de leerlingen kiezen uit de volgende onderzoeksvragen om uit te werken:

  1. Waarom wist Dutchbat de massamoord bij Srebrenica niet te voorkomen?
  2. Aan welke voorwaarden moet de uitvoering van een VN-vredesmissie voldoen om de meeste kans te hebben dat de doelen, die voor de missie zijn gesteld, worden behaald?
  3. Waarom werd MUNOC, de missie waar Patrick Cammaert een van de commandanten van was, een succes en werd UNPROFOR, de missie bij Srebrenica, waarin Thom Karremans als bevelhebber en grote rol speelde, een mislukking?

Het is de bedoeling dat de groepen een verslag maken van hun onderzoek en de resultaten ervan.

Na het onderzoek wijst iedere groep een leerling aan die het verslag van de groep aan de klas presenteert.

Ten slotte houdt u met de klas een klassengesprek waarin een uitzending wordt gespeeld van Stand.nl. Dit radioprogramma wordt op werkdagen uitgezonden op NPO Radio 1 in het programma Smaakmakers  van 09.30 tot 11.30 uur.

Eerst presenteren de leerlingen die elk een groep vertegenwoordigen hun onderzoeksverslag. Daarna houden de overige leerlingen een discussie rond de bovengenoemde stelling.

U sluit deze activiteit af met een stemming onder alle leerlingen. Iedereen mag dan aangeven of hij of zij het eens of oneens is met de stelling.

Uitwerking:
De manschappen van Dutchbat konden niet voorkomen dat Bosnisch-Servische militairen tussen de 7000 en 8000 moslimmannen uit Srebrenica vermoordden, terwijl Srebrenica een veilige haven had moeten zijn voor deze mannen en hun familieleden. Dit kwam omdat het mandaat van de Nederlandse manschappen en van UNPROFOR in het algemeen niet aansloot bij de omstandigheden ter plaatse: het was er volop oorlog. Ook speelde mee dat UNPROFOR zware tegenwerking ondervond van Bosnisch-Servische bevelhebbers, in het bijzonder van Ratko Mladic.

Er wordt beweerd dat Karremans, de bevelhebber van Dutchbat, niet doortastend genoeg was opgetreden tijdens de vredesmissie van Dutchbat, maar het NIOD onderschrijft deze bewering na een eigen onderzoek niet.

Vast staat wel dat MUNOC, en de inbreng van Cammaert hierin een succes werd, dankzij een mandaat dat wel degelijk bij de plaatselijke omstandigheden paste (het was oorlog). De manschappen van MUNOC bleken daardoor opgewassen te zijn voor hun taak en opereerden ook onder de sterke leiding van Cammaert zelf.

UNPROFOR was een vredesmissie volgens Hoofdstuk 6 van het Handvest van de Verenigde Naties en MUNOC een vredesmissie volgens het zevende hoofdstuk van het Handvest. Als ook UNPROFOR was uitgevoerd volgens hoofdstuk 7 van het Handvest, zou de massamoord bij Srebrenica vermoedelijk niet hebben  plaatsgevonden.

Vredesmissies van de VN hebben de meeste kans van slagen bij het voorkomen of deëscaleren van een conflict, als er op internationaal niveau en bij regeringsleiders, die bij het conflict betrokken zijn, voldoende draagvlak is. Daarvoor moet er bereidheid tot samenwerking zijn, het mandaat met de bijbehorende geweldsinstructie moet helder zijn, de doelstellingen moeten haalbaar zijn en aansluiten bij de aard van het conflict. De blauwhelmen en hun bevelhebbers moeten op hun taak berekend zijn en ook de geschikte uitrusting hebben om die taak uit te voeren. Voor dat laatste is van groot belang dat de internationale gemeenschap in ieder geval voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor het uitvoeren van een missie.

Cruciaal is ook een goede leiding van de missie en dat een missie al begint voordat het conflict te ver is geëscaleerd. Ten slotte mag een vredesmacht, die wordt ingezet, onder geen beding ook maar een zweem van partijdigheid vertonen.

Eindtermen voor HAVO
Domein A: Historisch besef
2. De kandidaat kan de volgende tijdvakken met bijbehorende tijdsgrenzen in chronologische volgorde noemen en als referentiekader gebruiken:
tijdvak 9: tijd van de wereldoorlogen (1900-1950) / eerste helft 20e eeuw;

Domein B: Oriëntatiekennis
8. De kandidaat kan voor elk van de tien tijdvakken die genoemd zijn in de eindterm:
- de kenmerkende aspecten voor ieder tijdvak noemen;
- bij elk kenmerkend aspect van een tijdvak een passend voorbeeld geven van een gebeurtenis, ontwikkeling, verschijnsel of handeling dan wel gedachtegang van een persoon en dit voorbeeld gebruiken om het betreffende aspect te verduidelijken;
- uitleggen hoe kennis van het betreffende tijdvak de oriëntatie op de hedendaagse werkelijkheid beïnvloedt;

Voor tijdvak 9 gelden de volgende kenmerkende aspecten:
40. het voeren van twee wereldoorlogen;
43. verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering;

Eindtermen voor VWO:
Domein A: Historisch besef
2. De kandidaat kan de volgende tijdvakken met bijbehorende tijdsgrenzen in chronologische volgorde noemen en als referentiekader gebruiken:
- tijdvak 9: tijd van de wereldoorlogen (1900-1950) / eerste helft 20e eeuw;

8. De kandidaat kan voor elk van de tien tijdvakken die genoemd zijn in de eindterm:
- de kenmerkende aspecten voor ieder tijdvak noemen;
- bij elk kenmerkend aspect van een tijdvak een passend voorbeeld geven van een gebeurtenis, ontwikkeling, verschijnsel of handeling dan wel gedachtegang van een persoon en dit voorbeeld gebruiken om het betreffende aspect te verduidelijken;
- uitleggen hoe kennis van het betreffende tijdvak de oriëntatie op de hedendaagse werkelijkheid beïnvloedt;
- uitleggen dat de betekenis die aan tijdvakken wordt toegekend mede afhangt van de tijd, plaats en omstandigheden waarin mensen zich met het verleden bezighouden.

Voor tijdvak 9 gelden de volgende kenmerkende aspecten:
40. het voeren van twee wereldoorlogen;
43. verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

 

verwante lessen

Login Form