Als je een product koopt, bijvoorbeeld een telefoon, betaal je daar in de winkel 21% belasting over. Die belasting kennen we onder de naam BTW (belasting over de toegevoegde waarde). Over producten uit het buitenland moet er daarnaast een aparte belasting betaald worden, de invoerrechten. Die kunnen per product en per buitenland verschillen en lopen voor de bekendste producten tussen de 0 en 17%. Voor boeken en telefoons hoeven geen invoerrechten betaald te worden. Voor horloges liggen de invoerrechten op 4,5%. Op kleding (0-12%) en schoenen en laarzen (3,5-17%) liggen de hoogste invoerrechten. 

De hoogte van invoerrechten is vaak een kwestie van afspraken tussen regeringen (of tussen de EU en andere regeringen). Als een van de partijen niet meer tevreden is over de afspraak, kan die besluiten om de invoerrechten eenzijdig te verhogen. De Amerikaanse President Trump verhoogde in 2019 de invoerrechten over staal uit Europa met 25%. De EU reageerde bijzonder boos en kondigde meteen tegenmaatregelen aan. We spreken in dat geval van een handelsoorlog. Als tegenmaatregelen verhoogde de EU de heffingen op Amerikaanse jeans, pindakaas, whiskey’s en motorfietsen. ‘Europa heeft geen andere keuze dan een handelsoorlog te beginnen’, zei de Franse minister Bruno Le Maire.

Meestal loopt het met een sisser af en worden er nieuwe afspraken gemaakt waar alle partijen van profiteren. 

handelsoorlog

Handelsafspraken (zoals tussen de VS en EU) vinden meestal plaats tussen landen met een sterke economie. Maar er is een grote groep landen die niet zo'n sterke economie hebben en die geen gunstige handelsafspraken kunnen afdwingen: de minst-ontwikkelde landen (MOL). De Verenigde Naties hebben al in 1960 omschreven wat ze met 'minst-ontwikkeld land' bedoelen met bijbehorende criteria:

* Armoede (een gemiddeld inkomen van minder dan 1025 dollar per jaar)
* Zwakke menselijke hulpbronnen (gebaseerd op indicatoren van voeding, gezondheid, onderwijs en alfabetisering van volwassenen).
* Economische kwetsbaarheid (gebaseerd op onder meer  instabiliteit van de landbouwproductie, instabiliteit van de uitvoer van goederen en diensten, economisch belang van niet-traditionele activiteiten en het percentage van de bevolking dat door natuurrampen is verdreven). 

Er zijn op dit moment 47 minst-ontwikkelde landen*; 33 in Afrika (waaronder Ethiopië, Guinee-Bissau en Soedan), 9 in Azië (waaronder Afghanistan en Nepal), 4 in Oceanië (waaronder Vanuatu) en 1 in Noord-Amerika (Haïti).

Onderdeel van Duurzaam Ontwikkelingsdoel 10 ('De ongelijkheid binnen en tussen landen verminderen') is de afspraak dat minst-ontwikkelde landen hun producten belastingvrij mogen exporteren, zonder dat de rijkere landen daarvoor iets in ruil terugvragen.

* Klik hier voor de lijst met alle 47 minst-ontwikkelde landen

 

markt rwandaEuropese Unie

De Europese Unie heeft haar voornemen over belastingvrij exporteren omgezet in vaste afspraken met 0%-tarieven voor de export vanuit de minst-ontwikkelde landen. Trots zei Commissaris voor Handel Phil Hogan in 2018 daarover: “Dankzij onze handelsvoordelen importeert de EU tweemaal zoveel uit de minst-ontwikkelde landen als de rest van de wereld. Dit instrument van het handelsbeleid van de EU ondersteunt miljoenen banen in de armste landen ter wereld en stimuleert landen om internationale verdragen inzake mensenrechten, arbeidsrechten, goed bestuur en milieu ten uitvoer te brengen."

Mooie woorden, maar de praktijk is minder rooskleurig. De totale waarde van de uitvoer van goederen en commerciële diensten is in de MOL met 5,2% gestegen, meer dan tweemaal het wereldgemiddelde (2,5%). Het totale aandeel van de MOL-handel blijft echter nog steeds marginaal met ongeveer 1,23% van het wereldtotaal.

Vragen
8) Wat bedoelen we met 'menselijke hulpbronnen'?
9) De EU is via de woorden van Commissaris Hogan trots op haar afspraken met de MOL, maar de meeste deskundigen zijn kritisch. Wat zou er moeten gebeuren om de MOL veel beter te helpen?
vorigestapvolgendestap