Ongelijkheid tussen landen
Er is een groot onderscheid op het gebied van inkomen tussen de verschillende landen in de wereld. Om die te kunnen vergelijken moeten we eerst enkele stappen nemen.

Stap 1: Hoe meet je of een land arm of rijk is? Dat doe je door de geldwaarde van alle goederen en diensten die door een land worden geproduceerd (Bruto Nationaal Product) te delen op het aantal inwoners.

Stap 2: Reken het BNP om in dezelfde muntsoort. We hebben afgesproken om dat in Amerikaanse dollars te doen.
Zo krijg je een lijst dat loopt van het rijkste land Qatar ($ 124.924) tot aan het armste land Centraal Afrikaanse Republiek ($ 681). Nederland staat op plek 13 met $ 53.582.

Steenwerkers in Centraal Afrikaanse Republiek
Steenwerkers in Centraal Afrikaanse Republiek

Stap 3: Een echte vergelijking kun je pas maken als je weet wat je met het verdiende geld kunt doen: de koopkracht. Een brood kan in het ene land veel duurder zijn dan het andere. Een brood in het ene land kost 10 cent en in het andere 100 cent. Met een dollar kun je in het ene land één brood kopen, maar in het andere land 10 broden. Maar de verschillen in koopkracht zijn nooit zo groot als de verschillen in inkomen.

De Verenigde Naties hebben uitgerekend dat het absolute minimum dat je nodig hebt voor je eerste levensbehoeften ligt op $ 1,90 per dag. We spreken in dat geval van de armoedegrens. 

Armoede betekent dat je ergens een tekort aan hebt. Je kunt in je eentje arm zijn, maar je kunt niet in je eentje ongelijk zijn. Bij inkomensongelijkheid gaat het om minstens twee mensen waarbij de een een hoger inkomen heeft dan de ander. De maatstaf voor inkomensongelijkheid is de Gini-coëfficiënt. Als een persoon alle welvaart heeft, dan heeft de Gini-coëfficiënt een 1. Als de welvaart voor iedereen exact gelijk is, is de Gini-coëfficiënt een 0. In een ideale situatie zou een land ergens tussen de 0 en 0,5 uitkomen.

Het gemiddelde cijfer van alle Gini-coëfficiënten daalt al jaren, of met andere woorden: de wereldwijde ongelijkheid tussen landen daalt. De ongelijkheid daalt volgens de VN in 53% van alle landen.
ongelijkheid oxfam

Maar! In de landen met veel inwoners (zoals India en Nigeria) stijgt de ongelijkheid juist. Daardoor woont 70% van wereldbevolking in een land waar ongelijkheid groeit.


Ongelijkheid binnen landen
Misschien nog veel belangrijker dan de ongelijkheid tussen landen is de ongelijkheid binnen landen. De armste 100 miljoen mensen in Indonesië bezitten samen evenveel als de vier rijkste Indonesiërs. Wereldwijd bezitten de 26 rijkste mensen van de wereld evenveel als de armste 50% van de wereld. Uitschieter is Jeff Bezos, oprichter van Amazon. Hij verdiende (tot aan zijn scheiding van 2019) 131 miljard dollar.
ongelijkheid01
Volgens de VN stijgt de ongelijkheid binnen landen. Met recht kun je zeggen dat de rijken rijker en de armen armer worden. In een kledingfabriek in Vietnam werken mensen 12 uur per dag, 6 dagen per week. Ze verdienen één dollar per uur. Pham Nhat Vuong, de rijkste man uit Vietnam, was in zijn eentje goed voor 7,5 miljard dollar.

Ook in Nederland is er een inkomensongelijkheid. Het Gini-coëfficiënt ligt voor ons land op 0,282. Er zijn maar een stuk of vier, vijf landen die het beter doen dan Nederland. Het minst inkomensongelijk is Slovenië met 0,254. Tegelijkertijd verdienen volgens de Quote 500 de vijfhonderd rijkste Nederlanders samen 163 miljard euro terwijl er 1,2 miljoen Nederlanders minder dan het minimumloon verdienen en zijn er 130.000 Nederlanders aangewezen op de diverse voedselbanken.

Vragen
1) Armoede en ongelijkheid worden vaak in één adem genoemd, maar zijn niet hetzelfde. Omschrijf in je eigen woorden hoe dat zit. 
2) Waarom is streven naar een Gini-coëfficiënt van 0 niet gewenst?
vorigestapvolgendestap