jubileelogosJubilee 2000 was een internationale coalitie met deelnemers uit 42 verschillende landen, voortgekomen uit de viering van het 2000-jarig bestaan van de katholieke kerk. Die viering werd gekoppeld aan de Millenniumdoelen die in 2000 werden aangenomen door de Verenigde Naties (in 2015 opgevolgd door de Duurzame Ontwikkelingsdoelen). Het doel van de Jubilee 2000 Campagne van de Jubilee 2000 Coalition was om de gigantische schuldenlast van de armste ontwikkelingslanden te verminderen. De deelnemers aan de coalitie en de campagne bestonden uit kerken en ontwikkelingsorganisaties. 

Aanleiding
In de jaren zeventig van de vorige eeuw stond de rente wereldwijd laag. Ontwikkelingslanden konden makkelijk enorme sommen geld van het rijke Westen (regeringen en kredietorganisaties) lenen, die ze voor de groei van hun economie nodig hadden. Dat ging een tijdje goed, maar in de jaren tachtig schoot de rente omhoog. De aflossingen en de rente werden zo hoog dat de ontwikkelingslanden nauwelijks geld meer overhielden om te investeren in eenvoudige basisvoorzieningen zoals onderwijs of gezondheidszorg. Het ging ook mis omdat veel landen de miljarden steun verkeerd gebruikten en ook omdat door corruptie veel geld in de zakken van machthebbers verdween. Het Westen op haar beurt ging gewoon door met het verstrekken van exportkredieten, ook om het eigen bedrijfsleven te stimuleren. Er ontstond een overproductie in de onwikkelingslanden; hun export (grondstoffen, koffie, cacao, thee, katoen) bracht steeds minder op en de import, bijvoorbeeld van westerse machines, werd alsmaar duurder.

Gevolgen
Het gevolg was dat de ontwikkelingslandenlanden per jaar zelfs méér aan aflossingen en rente betaalden dan ze aan ontwikkelingshulp van de rijke landen ontvingen. De totale buitenlandse schuld van de armste landen bedroeg rond 2000 meer dan 400 miljard dollar. Aan rente en aflossing betaalden ze samen 77 miljoen dollar per dag! Oeganda bijvoorbeeld besteedde in die tijd jaarlijks zo'n 3 euro per inwoner aan gezondheidszorg, maar moest 15 euro per persoon betalen aan de afbetaling van de buitenlandse schuld. Zo'n 50 ontwikkelingslanden konden in 2000 onmogelijk voldoen aan hun betalingsverplichtingen. Deze landen werden de Heavily Indebted Poor Countries (HIPC - Arme Landen met de Zwaarste Schuldenlast) genoemd. Je vond deze landen vooral in Afrika, maar ook in Latijns-Amerika en Azië. Het wrange was dat als een dictator of machthebber na wanbeheer verdween, de regering die hen opvolgde ook de schuldenlast erfde en moest blijven betalen.

Oplossing
De Jubilee 2000 Campagne riep de rijkere landen op om eenmalig de schulden van ontwikkelingslanden en met name de HIPC-landen kwijt te schelden. Ellen Verheul van de Nederlandse tak van Jubilee 2000 zei daar toen over: "Wij willen dat hun zwaarste schulden kwijtgescholden worden en dat het vrijgekomen geld in gezondheidszorg en onderwijs geïnvesteerd wordt. Een schuldenvrije start van het nieuwe millennium is niet onbetaalbaar. Voor 80 miljard gulden (= 36,3 miljard euro) per jaar zou je al zo'n 100 landen grotendeels van hun schulden kunnen bevrijden. Ter vergelijking: de bouw van Eurodisney in Parijs kostte 11 miljard. Kwijtschelding is geen kwestie van geld, het is een kwestie van politieke wil."
De campagne was redelijk succesvol, de oproep werd door diverse landen (deels) opgevolgd. Het aantal HIPC-landen deelde van 50 naar 38 nu. 27 landen hebben tot dusver 54 miljard dollar aan hulp ontvangen.

photo jubileedeptcampaign
Een land dat dreigde failliet te gaan door de grote schuldenlast was Argentinië. De Engelse tak van de coalitie voerde voor dit land actie.

Wat deed Nederland?
Nederland stelde in 2004 als eerste ontwikkelde land een uitgebreid rapport op over de eigen inzet rondom millenniumdoel 8 (dat ook over de schuldenproblematiek ging). Hierin legde de regering verantwoording af over de wijze waarop Nederland wilde bijdragen aan de realisatie van de millenniumdoelen. De Nederlandse regering richtte zich op kwijtschelding van schulden van de armste landen. Voor schuldverlichting reserveerde de regering zo’n 5%-10% (dat verschilde jaarlijks) van het totale budget voor ontwikkelingssamenwerking (5% was meer dan 200 miljoen euro). Het grootste deel van het Nederlandse geld ging naar het HIPC-initiatief. Deze landen konden tot 90% van hun schulden kwijtgescholden krijgen. Daar waren wel voorwaarden aan verbonden: ze moesten goede plannen maken die gericht waren op armoedebestrijding. Het geld dat ze bespaarden op rente en aflossing moesten ze reserveren voor de uitvoering van die plannen. Ze moesten met de uitvoering van die plannen alvast beginnen en zo aantonen dat ze de plannen ook konden waarmaken. Als dat allemaal goed ging bereikten ze na drie jaar het ‘voltooiingspunt’ of ‘eindpunt’. De voorlopige kwijtschelding van schulden werd dan omgezet in een definitieve kwijtschelding. Oeganda was een van de landen die profiteerden van de Nederlandse steun.

Na 2000
De Jubilee 2000 Coalitie werd in 2001 opgeheven en splitste zich in diverse andere organisaties, zoals de Jubilee Dept Campaign, Jubilee South, Jubilee USA en Jubilee Nederland. Jubilee Nederland is in 2012 opgeheven. Schuldenverlichting staat nog steeds op de agenda bij de Nederlandse regering en bij diverse ontwikkelingsorganisaties.

Vraag
3) Op de foto zie je een spandoek staan met de slogan 'Stop Vulture Funds' ('Stop Gierfondsen'). Wat zouden de demonstranten daarmee bedoelen?
4) Zouden de campagnemedewerkers tevreden zijn met het eindresultaat? Waarmee wel? Waarmee niet?
vorigestapvolgendestap