Contractarbeiders kwamen vaak in conflict met de opzichters van plantages omdat ze te veel arbeid moesten verlichten voor een te gering loon. Ze merkten regelmatig dat de opzichters het niet zo nauw namen met de opmetingen van gekapt riet of geplukte koffie. In de geschiedenis kunnen we verschillende opstanden noemen: die op de plantage Zoelen en op de plantage Zorg en Hoop van 1984. In 1891 braken er onlusten uit tussen contractarbeiders van Zoelen en Geertruidenberg, waarbij 5 doden vielen. Maar verreweg de bekendste en grootste opstand is die van 1902 op de plantage Mariënburg.

marienburg

De Nederlandse Handelmaatschappij (NHM) kocht omstreeks 1880 in Suriname zes door de afschaffing van de slavernij verlaten plantages. NHM begon een suikeronderneming, waarbij de fabriek op de voormalige plantage Mariënburg werd geïnstalleerd en de overige plantages suikerrietvelden werden. De Schot James Mavor werd de directeur. Van hem was algemeen bekend dat hij de vrouwen van de contractarbeiders regelmatig lastig viel.

NHM produceerde voor de wereldmarkt. Regelmaat kwam dan van het hoofdkantoor van de NHM in Amsterdam een telegram met de tekst: ‘Wereldprijs van suiker is verlaagd. Verlaag de lonen!’ Het arbeidersloon was in de eerste helft van 1902 al tweemaal verlaagd en op 29 juli kwam er weer zo’n telegram.

De veldarbeiders weigerden te werken voor dat verlaagde bedrag en bedreigden de opzichter, die angstig zijn kantoor opzocht.

Directeur Mavor ging zelf te paard naar de velden, waar hij de arbeiders gebood om te werken. Die weigerden halsstarrig en kwamen zo dreigend op de directeur af dat hij vluchtte naar de fabriek, gevolgd door de woedende menigte veldarbeiders. Bij de fabriek werd hij gegrepen en doodgeslagen.

Aan de overkant van de rivier was de politiepost Frederiksdorp. Vandaar ging een bericht naar Paramaribo: ‘Opstand op Mariënburg! Directeur is vermoord!’ Nog diezelfde avond kwamen te Mariënburg 125 militairen en 35 politiemannen om meer dan honderd man te arresteren, onder wie vele onschuldigen.

Aan de anderen werd bevolen aan het werk te gaan; die weigerden echter en eisten de arrestanten terug. De militairen kregen bevel te schieten op de opstandige, maar onschuldige menigte, met als gevolg zestien of zeventien doden. De lijken werden niet aan de families afgestaan, maar in een massagraf gegooid en overdekt met ongebluste kalk. Hun lijken zijn nooit teruggevonden.

Van de arrestanten werden acht contractarbeiders veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid.

Vraag 
5) Als je door de ogen van nu naar de opstand van 1902 kijkt, wat zou nu anders verlopen dan toen?
vorigestapvolgendestap