Het land dat de meeste slaven vanuit Afrika naar Amerika verscheepte was Portugal, gevolgd door Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje en op de vijfde plaats Nederland. 
Bijna een derde van alle slaven (4,9 miljoen) werd verscheept door de Portugezen naar Brazilië. Daar werd de slavernij pas in 1888 afgeschaft. De Britten schaften de slavernij vijftig jaar eerder af en waren bang hun inkomsten uit de plantages kwijt te raken. Als alternatief bedachten ze het systeem van contractarbeid. In Suriname werd dat systeem na de afschaffing van de slavernij met toestemming van de Britten overgenomen. 

Een contract werd gesloten door de immigrant en de gouverneur (die namens Nederland Suriname bestuurde). Die verhuurde de contractarbeiders op haar beurt aan de plantage- en fabriekseigenaren.

De belangrijkste punten uit de contracten waren:

  1. Een contract werd gesloten voor vijf jaar.
  2. Een contractarbeider moest zes dagen per week werken; zeven uur per dag voor veldarbeid en tien uur per dag voor fabrieksarbeid.
  3. Het loon van de migrant bedroeg 60 cent per dag voor een volwassen man en 40 cent voor een vrouw of kind (10-15 jaar).
  4. De migrant had recht op gratis geneeskundige zorg.
  5. De migrant had recht op gratis huisvesting, met een minimale ruimte van 3 x 2 x 2,5 meter.
  6. Na afloop van het contract had de migrant recht op vrije overtocht naar India (in Brits West-Indië zoals buurland Brits Guyana pas na tien jaar, dus na twee contracten).
  7. De migranten en werkgevers (meestal plantage-eigenaren) die zich niet aan hun contractuele verplichtingen hielden werden bestraft.

woningen contractarbeiders
Woningen van contractarbeiders

De gouverneur verdeelde de migranten over de plantage- en fabriekseigenaren. De contractarbeiders hadden daar niets over te zeggen.
De contractarbeiders werden betaald per taak, gebaseerd op de zware taken uit de tijd van de slavernij. Dat was vooral voordelig voor de opzichters, zo was er minder toezicht nodig. En als de taak niet af was, werden de contractarbeiders minder betaald. Dat leidde vaak tot conflicten. 
De migranten mochten de plantage alleen met een verlofpas verlaten.
Voor huisvesting kwamen de contractarbeiders terecht in de leegstaande (armetierige) slavenverblijven. De meeste migranten moesten een verblijf met twee of drie mensen delen. Alleen getrouwde contractarbeiders kregen een eigen verblijf.
Vrouwen hadden het nog veel zwaarder dan de mannen. Er waren veel meer mannelijke dan vrouwelijke contractarbeiders, hetgeen onderling vaak tot seksuele spanningen leidde en veel plantage-eigenaren meenden recht te hebben op seks met iedere arbeidster.

Vraag 
1) Welke verschillen zie je tussen slavernij en contractarbeid?
2) En welke overeenkomsten?
vorigestapvolgendestap