Tot slaaf gemaakte mensen die uit hun geboorteland werden weggeroofd kwamen terecht in een onbekende wereld vol geweld en ontbering. Zelfs generaties later voelden nakomelingen van Afrikaanse slaven nog steeds beroofd van hun ‘wortels’, ook hadden ze het land van hun voorouders nooit met eigen ogen gezien. Afrikaanse culturen leefden voort in verhalen, religieuze rituelen, muziek en gerechten. Zo hadden de slaven een houvast in hun zwaar dagelijks leven.

Er ontstonden gemeenschappen van slaven die dezelfde taal, religie of hetzelfde land van oorsprong deelden. Uit deze gemeenschappen zijn bijvoorbeeld candomblé en capoeira in Brazilië ontstaan, de Gullah-cultuur aan de oostkust van de VS, en voodoo in Haïti, Dominicaanse Republiek, Cuba en Louisiana. Afrikaanse culturen en de slavernijgeschiedenis hadden een belangrijke invloed op de ontwikkeling van huidige staten op het Amerikaanse continent. We kijken naar twee voorbeelden uit de slaventijd die nu nog steeds van invloed zijn op het heden: voodoo en capoeira.

Voodoo
Voodoo (ook wel: vodun, vodon, vodoun, vodou of voudou) is vooral bekend uit oude horrorfilms uit Hollywood uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Dat heeft weinig te maken met het echte voodoo. 
Slaven uit West-Afrika van etnische groepen als de Mina, Ewe of Fon brachten hun religie vodun mee naar de Nieuwe Wereld. In de katholieke kolonies was het verboden om Afrikaanse religies te beoefenen. Maar op verschillende plekken werd vodun of voodoo door slaven in het geheim toch uitgeoefend. Vodun-geesten werden bijvoorbeeld als katholieke heiligen uitgebeeld om hun echte identiteit te ‘verstoppen’. Slaven hadden daarmee een manier van verzet tegen de witte overheersing, ook was deze weinig zichtbaar.

voodoo
Een voodoo-altaar met helemaal links een klein katholiek heiligen-beeldje, daarnaast een rode voodoo-pop, geld, drank
en sigaar (symbool voor leven) en een kruis (symbool voor de dood) 


Na enige tijd ontstond er een mengeling van aspecten uit voodoo en christendom. En overal verliep die mengeling anders, in Haïti, Brazilië, de Dominicaanse Republiek, Cuba en Louisiana. Volgens de leider van de Haïtiaanse voodoo gaat het bij de religie erom kennis over het leven te verkrijgen. De praktijken en rituelen zijn vooral gericht op genezing en op het overwinnen van dagelijkse problemen.
Maar misschien is de kennis over de dood wel het belangrijkste in de voodoo, omdat men daarmee de angst voor de dood zou verliezen. In Haïti wordt voodoo nog steeds door de meerderheid van de bevolking beoefend, ook al is 80% van de bevolking katholiek. Voodoo en katholicisme blijken er zonder problemen met elkaar verenigbaar te zijn.

Capoeira
Het leven van de meeste slaven was door geweld gekenmerkt. Regelmatig waren er opstanden van groepen slaven die zich wilden bevrijden. Deze werden van de bewapende opzichters bloedig neergeslagen. Maar er waren steeds slaven wie het lukte om te ontsnappen. In Brazilië vormden ontsnapte slaven op verschillende plekken gemeenschappen om zich samen tegen premiejagers te verdedigen. Ze stichtten zelfs opstandige dorpjes, ‘quilombos’ genoemd. De meest bekende was ‘Palmares’ met bijna 10.000 inwoners. Veel van de slaven kwamen uit Angola.
Omdat vechten voor slaven verboden was voerden ze dansbewegingen uit op Angolese ritmes en muziek. Op die manier konden zij vechtbewegingen in het dans verstoppen. Capoeira ontstond en diende niet alleen als verdediging, maar het creëerde ook een hecht gemeenschapsgevoel en maakte het mogelijk voor Afrikaanse Brazilianen om hun cultuur te beoefenen.
Omdat capoeira zeer geschikt was om slaven van diverse afkomst, religies en culturen te verenigen, werd de vecht-dans als bijzonder gevaarlijk geacht door de overheersers in Brazilië. Capoeira werd dan ook verboden, evenals alle culturele praktijken afkomstig uit Afrika.

De grootste voorvechter van capoeira was Mestre Bimba, die leefde van 1900-1973. Dankzij zijn inspanningen lukte het om de Braziliaanse overheid ervan te overtuigen, dat capoeira een belangrijk deel van de multiculturele Braziliaanse samenleving was geworden. Capoeira werd in 1930 als nationale sport van Brazilië erkend. Ook in Nederland wordt capoeira inmiddels steeds populairder. Neem een kijkje op:



Vragen
4) Waarom waren voodoo en capoeira belangrijk voor tot slaaf gemaakte Afrikanen?
5) Het vechten was voor slaven verboden. Geef daarvoor twee redenen. Een reden kun je uit de tekst hierboven halen, de tweede kun je misschien bedenken door je goed in de positie van de slaveneigenaren te verplaatsen.
vorigestapvolgendestap