Een slaaf is volgens het woordenboek een ‘lijfeigene die geen persoonlijke rechten heeft’, of ‘iemand wiens vrijheden sterk beknot zijn’.
In alle tijden van de geschiedenis heeft er de een of andere vorm van slavernij bestaan: in het Oude Egypte, het antieke Griekenland en Rome, in Afrikaanse culturen als de Ashanti in Ghana, en ook in het oude China, Indië en in Amerikaanse culturen.

Een veel voorkomende reden in de geschiedenis om iemand tot slaaf te maken waren hoge schulden die niet terug betaald konden worden. De schuldenaar moest als slaaf voor de geldgever werken tot dat de schuld afbetaald was.

Mensen konden ook simpelweg tot slaaf gemaakt worden door mensenroof. Dit gebeurde in grote mate bij de Grieken en Romeinen. Ook krijgsgevangenen uit veroverde landen werden weggevoerd en moesten als arbeidskrachten in het huishouden, in de landbouw of in de ambacht werken.

romeinseslaven
Een Romeinse soldaat voert krijgsgevangen slaven af in kettingen

Het gebeurde soms dat tot slaaf gemaakte mensen op een gegeven moment de kans kregen om hun vrijheid terug te verdienen of zich vrij te kopen.

De grootste gedwongen migratie uit de geschiedenis vond tussen 1525 en 1867 plaats. Westerse landen zetten grootschalige slavenhandel op tussen hun kolonies in Afrika en Amerika, de zogenaamde Trans-Atlantische slavenhandel.

slavenschip Aan boord van een slavenschip

De exacte cijfers van de slavenhandel uit deze tijd zijn lastig te achterhalen, maar er word uitgegaan van z’n 11 tot 14 miljoen mensen die naar het Amerikaanse continent verscheept werden. Tot slaaf gemaakte Afrikanen werden voornamelijk op plantages ingezet voor een grootschalige productie van suiker, koffie, tabak en indigo.

Vraag
1) Slavernij heeft altijd bestaan. Noem drie verschillen tussen de slavernij ten tijde van de oude rijken en de slavenhandel van de westerse koloniale machten.
vorigestapvolgendestap