Op 2 april 1991 barstte de vulkaan Mount Pinatubo uit en stootte zoveel zwaveldeeltjes de lucht in dat de aarde tien procent minder zonlicht kreeg, met als gevolg dat de opwarming van de aarde met 0,7oC daalde. Dat bracht wetenschappers op het idee om zwavel of andere aerosols* de lucht in te spuiten en een vulkaanuitbarsting na te bootsen. 

* Aerosol = De algemene benaming voor de zwevende deeltjes die in lucht te vinden zijn. Aerosolen komen zowel van nature voor (bijv. als gevolg van zandstormen, bosbranden en vulkanisme) als door menselijke activiteiten (in de lucht gebracht door o.a. fabrieksschoorstenen en uitlaten van auto's). 


Het Britse project SPICE (Stratospheric Particle Injection for Climate Engineering / Injectie van stratosferische deeltjes voor klimaatengineering) bouwde op dat idee verder. Wetenschappers van SPICE zochten naar het 'ideale deeltje' dat zonlicht het meeste zou reflecteren. 

geoengineering spice

SPICE wilde op één kilometer hoogte een test met het inspuiten van zwaveldeeltjes doen en de zwavel via ballonnen, raketten of vliegtuigen tot in de atmosfeer brengen, maar het verzet van milieuorganisaties was groot. Uiteindelijk zag men van een test af.

Men vond de risico's te groot. De gevolgen waren erg onvoorspelbaar en moeilijk in de hand te houden naderhand. De uitbarsting van de Mound Pinatubo legde ook de risico's van het blokkeren van de zon bloot. In de jaren daarna had de Sahel met ernstige droogte te maken (met honderdduizenden doden ten gevolg), terwijl de Mississippi juist een overmaat aan water te verwerken kreeg. 

Vraag 
2) Een tweede reden om met de test niet door te gaan, lag op zee. Welke nadelige gevolgen zou de test voor de oceanen kunnen betekenen?
vorigestapvolgendestap