Overal in de wereld waren tot 1881 vrouwen uitgesloten van het kiesrecht. In dat jaar kregen sommige Schotse vrouwen stemrecht in lokale verkiezingen. In 1893 kregen voor het eerste vrouwen stemrecht voor nationale verkiezingen, te weten in Nieuw-Zeeland. De vrouwen mochten wel stemmen (= actief kiesrecht), maar nog niet zelf gekozen worden (= passief kiesrecht). Dat kregen ze pas in 1919.

Dat onderscheid tussen het verkrijgen van actief en passief kiesrecht zag je in veel landen, ook in Nederland.

Land Actief vrouwenkiesrecht Passief vrouwenkiesrecht
Nieuw-Zeeland 1893 1919
Nederland 1919 1917
België 1919 (voor gemeenten)
1948 (nationaal)
1921
Groot-Brittannië 1918 (>= 30 jaar voor
           getrouwde vrouwen)
1928
1918
Zuid-Afrika 1930 (blanke vrouwen)
1984 (gekleurde vrouwen)
1994
1930 (blanke vrouwen)
1984 (gekleurde vrouwen)
1994
Saoedi-Arabië 2015 2015

Afgezien van enkele dictaturen waarbij helemaal geen kiesrecht is of waar de uitslag op voorhand al vaststaat, hebben alle vrouwen nu kiesrecht, maar de weg daar naartoe was soms lang en soms gewelddadig. 

Misschien wel de bekendste vrouwenkiesrechtactivisten zijn de suffragettes (suffrage = Engels voor kiesrecht). Suffragettes (opgericht in 1903) organiseerden grote demonstraties met spandoeken en liederen. Ze ketenden zich ook vast aan de hekken van het parlementsgebouw, ze gooiden winkelruiten in en stichtten brandjes in briefbussen in de hoop gearresteerd te worden. In de gevangenis gingen ze vaak uit protest in hongerstaking. Dat allemaal om zoveel ogelijk publiciteit voor hun zaak te krijgen. Veel mannen (en vrouwen) vonden de suffragettes 'onvrouwelijk', dames die zich gedroegen als het niet hoorde.

Een van de genoemde liederen wordt ook bezongen in de musical Mary Poppins. Klik hier voor de tekst (in het Nederlands of in het Engels) of kijk naar:


affiche vvk
In Nederland beijferden de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (1894) en de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht (1907) zich voor het vrouwenkiesrecht. Beide organisaties bestreden soms elkaar meer dan het alleenrecht van mannen om te mogen stemmen.

Een van de bekendste voorrechtsters van het vrouwenkiesrecht was Aletta Jacobs, lid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Zij is de eerste vrouw in de geschiedenis van Nederland die officieel in 1871 werd toegelaten tot de universiteit. Het is mede aan haar te danken dat de universiteiten in Nederland voor meisjes werden opengesteld.

Haar hele leven is Aletta opgekomen voor de rechten van vrouwen. Zo opende zij als arts een praktijk die vrouwen hielp aan voorbehoedsmiddelen, zodat ze niet ieder jaar zwanger werden. Ook trok zij ten strijde tegen misstanden in het winkelbedrijf. In haar Amsterdamse artsenpraktijk had zij gemerkt dat winkelmeisjes veel lichamelijke klachten hadden omdat ze de elf uur die een hele werkdag duurde, moesten blijven staan. Op haar initiatief kwam er een wet die winkels verplichtte ‘zitgelegenheid’ voor hun personeel in te richten.

Zij heeft ook tientallen jarenlang gestreden voor het algemeen vrouwenkiesrecht, samen met andere vrouwen en mannen die opkwamen voor de rechten van de vrouw. Deze vrouwen die zich ‘feministen’ noemden, organiseerden tentoonstellingen, gaven kranten en pamfletten uit, richtten verenigingen op, demonstreerden en boden petities aan. Het zou tot 1919 duren voor het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd. In 1922 gingen de Nederlandse vrouwen voor het eerst naar de stembus. Aletta Jacobs was toen 68 jaar oud.

Vragen 
4) Welk overeenkomsten zie je van de vrouwenkiesrechtacties in Groot-Brittannië en in Nederland? En welke verschillen?
5) Het affiche hiernaast van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht heeft de slogan 'Laat mij binnen - Ik breng nieuw licht'. Wat zou de vereniging daarmee bedoelen?
vorigestapvolgendestap