Tips om je op weg te helpen:


werkstukcartoon

  1. Bereid jezelf goed voor.
     
  2. Kies een onderwerp waar je zelf graag wat over wilt weten.
     
  3. Ga dan op zoek naar boeken over je onderwerp, of kijk in de encyclopedie of op internet. Encyclopedie├źn en boeken kun je vinden in de bibliotheek of schoolmediatheek. Gebruik geen boeken die erg oud zijn. Als ze in de bibliotheek geen boeken over je onderwerp hebben, bel, schrijf of e-mail naar het CMO. Als we zelf niets hebben, dan kunnen we je wel aan adressen helpen.
     
  4. Lees alles wat je verzameld hebt goed door. 
     
  5. Kies een geschikt onderwerp
     
  6. Bedenk waar je jouw werkstuk precies over wilt laten gaan: bij een land kun je bijvoorbeeld over de geschiedenis schrijven, over de mensen of een ander interessant onderdeel (bijvoorbeeld sport of muziek in dat land).
     
  7. Baken je onderwerp goed af. Je kunt niet bijvoorbeeld de hele Derde Wereld of 'het milieu' behandelen. Dat is veel te veel.
     
  8. Bedenk daarna een goede titel voor jouw werkstuk en maak alvast een voorlopige indeling in hoofdstukken. Elk hoofdstuk gaat over een onderdeel dat je er zeker in wilt hebben. Zoek goede teksten en plaatjes.
     
  9. Zoek bij elk hoofdstuk materiaal. Dat kunnen teksten zijn, maar ook foto's of tekeningen.
     
  10. Kijk of je genoeg weet om er zelf iets over te schrijven. Als dat niet zo is, kun je extra materiaal gaan zoeken of dit zelf maken (zoals tekeningen). Ga dan pas schrijven. Denk daarbij aan het volgende:
     
  11. Schrijf geen zinnen over uit een CMO-scriptiepakket of een boek, maar probeer alles zoveel mogelijk in je eigen woorden op te schrijven.
     
  12. Gebruik nooit woorden die je niet kent. Vraag naar de betekenis of zoek ze op in een woordenboek.
     
  13. Laat ruimte voor afbeeldingen.
     
  14. Schrijf niet alles achter elkaar. Als je iets over een nieuw onderwerp gaat schrijven, laat dan een regel open of verzin een kopje dat je erboven kunt zetten.
     
  15. Gebruik voorbeelden en vergelijkingen om iets duidelijk te maken. Zorg dat je werkstuk er verzorgd uitziet 14.Als je klaar bent met schrijven, en alle afbeeldingen hebt ingeplakt, maak je een voorkant bij je werkstuk. Op de voorkant moet in ieder geval de titel van je werkstuk staan en je naam. Probeer een afbeelding te vinden die wat zegt over de inhoud van je werkstuk. Zorg er verder voor dat de bladzijden genummerd zijn en goed aan elkaar vastzitten met een nietje of een ringband.