Men vervoert Jacques Chirac |
| Lees dit: de stad trekt |
|
Stel, je woont ergens in een klein dorpje op het platteland. Je ouders zijn arm. Jullie gezin kan net overleven dankzij het eten dat jullie op de kleine akker verbouwen. Maar er is geen geld. Niet voor je opleiding, niet om een vak te leren. In het dorpje is verder niets te doen. Het ziet er naar uit dat je -net zoals je ouders- arm zult blijven. Ploeterend op de akker. Nooit iets van de wijde wereld zult zien. Zeker voor jonge mensen is dat geen rooskleurig toekomstbeeld. Daarom vertrekken veel jonge mensen naar de stad. Daar is misschien werk, daar kun je misschien iets meer van je leven maken. En er valt vast meer te beleven! De kans op werk en geld verdienen is een van de grote trekpleisters van de stad. De pullfactor wordt dat wel genoemd ('to pull' is Engels voor 'trekken'). Maar de meesten van die mensen komen niet echt goed terecht.
![]() De grootste krottenwijk in Azië: Dharavi in megastad Mumbai afgezet tegen een horizon van torenflats.
De stad is namelijk niet op hun komst berekend. Er zijn geen huizen. Als mensen van wat planken en golfplaten zelf iets bouwen is er is vaak geen waterleiding, geen riool, geen goede wegen. En er is zeker niet altijd werk! Het is voor de bestuurders van de stad haast onbegonnen werk om voldoende diensten aan te bieden. Zo zijn er te weinig of geen ziekenhuizen, niet voldoende eten voor iedereen, nauwelijks kansen op scholing en werk. Toch gaan de mensen niet terug naar het platteland. Ze bouwen zelf huisjes van afvalmaterialen en stichten gezinnen. Zo ontstaan rondom de steden steeds groter wordende krottenwijken. De bevolking in de steden groeit veel sneller dan de bevolking op het platteland! |