| Bron: wat moesten we op de Molukken? |
|
De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) mocht als enig Nederlands bedrijf handeldrijven in Azië. Al snel veroverde de VOC belangrijke handelsgebieden in Azië en vooral in Indonesië. Vanaf de komst van de VOC noemen we dat deel dat in handen was van Nederlanders ook wel Nederlands-Indië. Vanaf dat moment wordt het gebied langzaam maar zeker een kolonie van Nederland.
In de decennia na de deling van Ternate in een Spaanse en Nederlandse invloedssfeer werd er veelvuldig gevochten in de Molukken. Gaandeweg wisten de Nederlanders de situatie naar hun hand te zetten en de Spanjaarden, die minder goed bevoorraad werden, in het defensief te dringen. In 1662 ontruimden de Spanjaarden de Molukken, omdat zij hun troepen nodig hadden voor de verdediging van de Filippijnen, waar men toen vreesde voor een aanval uit China. De kruidnagelcultuur had van al deze oorlogen zeer te lijden. Reeds vóór die tijd was de vorst van Ternate door dynastieke perikelen zeer van de VOC afhankelijk geworden. Tijdens een opstand in 1652 ging hij tegen betaling akkoord met een totale uitroeiing van de kruidnagelcultuur. In 1657 volgde zijn collega van Tidore. Alle nog resterende kruidnagelbomen in het gewest werden nu omgehakt. Een poging van de vorst van Ternate om zich van het knellende keurslijf van de VOC te ontdoen, omstreeks 1680, eindigde met een nederlaag. De Molukken bleven daarna rustig tot het einde van de 18e eeuw, toen in Tidore een anti-Nederlandse beweging ontstond onder leiding van prins Nuku, die de VOC met steun van zeerovers en Engelse wapens het leven zuur maakte. |