Lessen in Wereldnieuws: ISRAËL EN PALESTINA


Vraag het de deskundigen: Nederlands Palestina Komitee (NPK)

Verleden
In de 19e eeuw zijn joden in West- en Oost-Europa vaak het mikpunt van volkswoede. Als gevolg van de vervolgingen in Europa richten een aantal joden in 1897 de Zionistische Federatie op. Deze federatie streeft naar een eigen joodse staat. Uiteindelijk wordt er gekozen voor Palestina. De zionisten beschouwen Palestina als 'een land zonder volk voor een volk zonder land'. De Palestijnen die er altijd al woonden, vergeten ze voor het gemak.
Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) komt Palestina dat voordien deel uitmaakte van het zogenaamde Ottomaanse rijk, onder Brits bestuur. In 1917 belooft Arthur Balfour, de Engelse Minister van Buitenlandse Zaken, aan Lord Rothschild, een vertgenwoordiger van de Zionistische Federatie, dat Engeland de vestiging van een joods nationaal tehuis in Palestina zal ondersteunen. Steeds meer joodse immigranten komen Palestina binnen en vormen een eigen bestuur. De Palestijnen komen in de jaren twintig en dertig herhaaldelijk in opstand tegen het Brits bestuur en de toenemende invloed van de zionisten.
In 1947 besluiten de Britten het bestuur van Palestina aan de Verenigde Naties over te dragen. Een speciale commissie komt met het voorstel om Palestina in tweeën te delen. Ruim 54% van het grondgebied wordt aan de joodse bevolkingsgroep toegewezen, terwijl op dat moment slechts 7% van de grond in joods bezit is. Een dergelijke verdeling was des te schrijnender aangezien Palestina toentertijd werd bewoond door ruim tweemaal zoveel Palestijnen als joden (1,4 miljoen respectievelijk 650.000). De Palestijnen wijzen het voorstel af. Op 15 mei 1948 roepen de joden de staat Israël uit. Er breekt een oorlog uit met de Arabische buurlanden en de Palestijnen en Israël verovert 78% van Palestina. Meer dan 400 Palestijnse dorpen worden verwoest en meer dan 750.000 Palestijnen moeten vluchten naar de Strook van Gaza, de Westelijke Jordaanoever en aangrenzende Arabische landen. Op dit moment bedraagt het aantal geregistreerde Palestijnse vluchtelingen 3,9 miljoen. Israël weigert consequent het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen te erkennen.
In de Juni-Oorlog van 1967 wordt met de verovering van de Westelijke Jordaanoever, de Strook van Gaza en Oost-Jeruzalem het restant van Palestina door lsrael in bezit genomen. Deze gebieden worden samen aangeduid als de 'Bezette Gebieden'.

Na de verovering van de Bezette Gebieden begint Israël daar al snel nederzettingen te bouwen op land dat van de Palestijnen wordt afgenomen. De Verenigde Naties hebben in veel resoluties gezegd dat Israël de bestaande nederzettingen moet afbreken, moet ophouden met de bouw van nieuwe nederzettingen en zich terug moet trekken uit de Bezette Gebieden. Israël trekt zich niets aan van de resoluties en gaat tot op de dag van vandaag door met de bouw ervan. Om de nederzettingen met elkaar te verbinden, worden er zogenaamde bypass-roads gebouwd. Ook hiervoor wordt Palestijnse grond afgenomen. De nederzettingen en de bypass-roads maken een eigen Palestijnse staat onmogelijk, doordat ze het gebied in allerlei kleine stukjes opdelen.
In 1987 komen de Palestijnen in opstand tegen de voortdurende bezetting van hun land. Die opstand wordt de eerste Intifada genoemd. Jongeren gooien stenen naar Israëlische soldaten, er wordt gestaakt en men koopt geen Israëlische produkten meer. De opstand duurt tot 1993.
In 1993 sluiten Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) de Oslo Akkoorden. De Palestijnen krijgen zelfbestuur over de Palestijnse steden. Israël behoudt de controle over het land. Belangrijke zaken als grenzen, terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, water, nederzettingen en Jeruzalem zouden pas op het eind van de onderhandelingen aan bod komen. Gedurende de onderhandelingsperiode (1993-2000) gaat Israël echter door met het bouwen van nederzettingen (het aantal kolonisten verdubbelt tot 400.000) en het afpakken van Palestijns land. De Palestijnse gebieden worden door het Israëlische leger afgesloten waardoor de economische omstandigheden erg verslechteren. Na een eerste aanslag door een joodse tegenstander van de Oslo-Akkoorden, Baruch Goldstein, februari 1994 waardoor 29 Palestijnen in een moskee in Hebron werden gedood, volgden tegenaanslagen van Hamas en Islamitische Jihad waarop het Israëlische leger weer reageerde met een verscherping van het bezettingsgeweld.
In de zomer van 2000 komen Yasser Arafat (president van de Palestijnse Nationale Autoriteit) en Ehud Barak (de toenmalige premier van Israël) bijeen op een topconferentie in Camp David in Amerika. De voorstellen die Barak daar doet, worden door de Palestijnen als ontoereikend gezien: zij zeggen niets over de kwestie van de vluchtelingen; de uitwisseling van grondgebied is niet evenwichtig en een groot deel van Palestijns Oost-Jeruzalem zal onder Israëlische controle blijven.

Op 28 september 2000 breekt de Tweede Intifada uit. Vanaf die dag zijn Palestijnen massaal tegen de Israëlische politiek van bezetting, discriminatie en vernedering in opstand gekomen. Aanleiding (niet de oorzaak) is het provocatieve bezoek van Likoed-leider Ariel Sharon aan de Haram al-Sharif (islamitisch heiligdom in Jeruzalem). De belangrijkste oorzaak van de Intifada is de Israëlische politiek om haar greep op delen van de Bezette Gebieden te vergroten en daarmee de perspectieven op de vorming van een onafhankelijke, levensvatbare Palestijnse staat weg te nemen.


Heden
De voortdurende bezetting van de Palestijnse gebieden - de Westelijke Jordaanoever, de Strook van Gaza en Oost-Jeruzalem - door het Israëlische leger is het meest urgente probleem. De bezetting gaat gepaard met een toename van het aantal joodse kolonisten in de Palestijnse gebieden, onteigening van Palestijnse grond en collectieve straffen (zoals het afsluiten van de Palestijnse gebieden). Tezamen vormen deze zaken de voedingsbodem voor het Palestijns verzet.
Israël tracht de Tweede Intifada met een reeks militaire maatregelen neer te slaan. Sinds het uitbreken van de Tweede Intifada (29 september 2000) zijn er meer dan 1800 Palestijnen gedood (waarvan eenderde jonger dan 18 jaar) en ruim 25.000 gewond geraakt. Het Israëlisch militair geweld heeft op zijn beurt gewelddadige reacties van Palestijnse zijde opgeroepen. Een militaire 'schoonmaakoperatie', afgelopen april, waarbij op ongekende schaal vernielingen zijn aangericht (zo zijn onder meer scholen, ministeries, tv- en radiostations zwaar beschadigd of vernield) en enkele honderden Palestijnen zijn omgekomen, is inmiddels nutteloos gebleken, gegeven de reeks van aanslagen in Israël die daarop is gevolgd.

Vanaf juni 2002 zijn alle Palestijnse steden en dorpen (her)bezet door het Israëlische leger. Sindsdien geldt er in de meeste Palestijnse steden en dorpen een uitgaansverbod. Dat betekent dat mensen de hele dag in hun huis moeten zitten en maar voor een paar uur het huis uit mogen om voedsel en andere benodigdheden te kopen. Palestijnse jongeren kunnen niet naar school of de universiteit. Rondom de Palestijnse steden en dorpen zijn checkpoints ingesteld. Israëlische soldaten houden hier Palestijnen tegen die naar een andere stad of dorp willen reizen om naar hun werk of familie te gaan. De afgelopen twee jaar heeft het Israëlische leger meer dan 2.000 Palestijnse huizen vernietigd omdat ze zonder vergunning gebouwd zouden zijn of als vergeldingsmaatregel.
Door de bezetting, de uitgaansverboden en de grootschalige vernielingen zijn de economische en sociale omstandigheden waaronder de Palestijnse bevolking leeft, erg verslechterd. Meer dan de helft van de bevolking is werkloos en moet zien rond te komen van zo'n 2 euro per dag. Een miljoen Palestijnen is afhankelijk van voedselhulp.


Toekomst
Aangezien de krachtsverhoudingen tussen de strijdende partijen volstrekt ongelijk zijn, dient -voor het toewerken naar een duurzame regeling- de machtsbalans in evenwicht gebracht te worden. Dit laatste vereist internationaal ingrijpen: Israël zal onder druk gezet moeten worden om zijn politiek ten aanzien van de Palestijnen fundamenteel te wijzigen. Dit ingrijpen zou bij voorkeur van de kant van de Verenigde Naties moeten komen. De vele VN-resoluties -de eerste is van 1947- van zowel de Veiligheidsraad als de Algemene Vergadering dienen daaraan ten grondslag te liggen.
Belangrijke eerste stap is ontruiming van al het in 1967 veroverd grondgebied en de vorming van een soevereine Palestijnse staat, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Voor Israël is dat de beste investering in zijn veiligheid, omdat met de beëindiging van de bezetting de belangrijkste voedingsbodem voor het Palestijns geweld weggenomen wordt.
Het zal de Palestijnen in staat stellen hun eigen staat op te bouwen. In het verlengde daarvan zal normalisatie van de betrekkingen tussen Israëli's en Palestijnen op gang kunnen komen en een tweede belangrijke stap gezet kunnen worden, te weten het vinden van een voor alle partijen bevredigende regeling met betrekking tot de kwestie van het recht op terugkeer en/of compensatie van de Palestijnse vluchtelingen.
Een dergelijk scenario biedt meer perspectief dan een steeds grotere inzet van militaire middelen (mogelijk uitmondend in -opnieuw- massale verdrijving van Palestijnen) of het toepassen van politieke lapmiddelen, zoals eenzijdige ontruiming van delen van de Bezette Gebieden, hetgeen een verkapte vorm van annexatie betekent - maatregelen die tegenkrachten zullen oproepen.

Omdat Israël niet vrijwillig zijn politiek ten aan zien van de Palestijnen zal veranderen, zal er dwang uitgeoefend moeten worden.

Dwang uitoefenen kan onder andere gebeuren door het nemen van economische maatregelen:

  1. Op internationaal niveau
    Bijvoorbeeld door een economische boycot. Deze zou door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties afgedwongen moeten worden.
  2. Op Europees niveau
    Bijvoorbeeld opschorting van het zogenaamde associatieverdrag dat de Europese Unie met Israël heeft.
  3. Op Nederlands niveau
    Nederland zou de Verenigde Staten moeten oproepen hun steun aan Israël te stoppen en van Israël te eisen zich uit de bezette gebieden terug te trekken.
Er zal een VN-troepenmacht moeten komen die er op toe ziet dat de Israëli's zich ook werkelijk terugtrekken.

Jan Moerings


Meer over het Nederlands Palestina Komitee kun je vinden op hun website:
http://www.palestina-komitee.nl