Twee buurvolken
Anti-semitisme en zionisme
Twee tegenstrijdige beloften
De moord op zes miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog
Het verdelingsplan van de Verenigde Naties
'Bezette Gebieden'
Palestijnse vluchtelingen
Een klein beetje zelfstandigheid
De eerste en tweede intifadah
DE GESCHIEDENIS IN EEN NOTENDOP

Een Palestijnse familie rond 1900
Twee buurvolken
Er zijn verschillende theorieën over de afstamming van de Israëli's en de Palestijnen. Volgens veel Palestijnen stammen ze zelf af van de Filistijnen, een volk dat meer dan 3.000 jaar geleden al genoemd werd.
Herodotus, een Romein die leefde rond het begin van onze jaartelling, noemt het woongebied van de Filistijnen aan de kust Palaestina. (Die wisseling tussen p en f zie je nog steeds: terwijl wij spreken over Palestina, spreken de Palestijnen zelf over al-Filastin). De Filistijnen worden ook in de Bijbel genoemd, net als de Judeërs. Dat zijn de inwoners van Juda en buren van de Filistijnen. De Judeërs worden nu joden genoemd. Joden en Israëli's zijn niet hetzelfde. Met de term Israëli's duidt men de inwoners van Israël aan. Joden zijn aanhangers van de joodse godsdienst. Bijna alle Israëli's zijn joden, maar Israëli's vind je alleen in Israël zelf, terwijl er ook buiten Israël joden wonen. (klik hier voor meer informatie over joods zijn).
In 1000 v.C. worden de Filistijnen in een oorlog door de Judeërs verslagen. De gebieden Juda, Samaria en Galilea vormen daarna samen het koninkrijk Israël. Zo'n 1.000 jaar later trekken de Romeinen het land binnen. Na de verwoesting van de belangrijke joodse tempel door de Romeinen in 70 n.C. moeten de Judeërs vluchten. Ze zwerven uit over de hele wereld.
De Filistijnen worden met rust gelaten en blijven gewoon in Pal(a)estina zitten. De Filistijnen -of Palestijnen zoals we ze nu maar zullen noemen- hebben echter nooit meer zelf over hun eigen land kunnen regeren.
De Romeinen blijven tot 395 n.C. Daarna maakt Palestina meer dan 1.000 jaar lang deel uit van het Byzantijnse Rijk. In 1517 nemen de Ottomanen -de huidige Turken- de macht over. Palestina blijft een provincie van het Ottomaanse Rijk tot het einde van de Eerste Wereldoorlog.
Rond 1900 wonen de Palestijnen verspreid over zo'n 500 dorpen tussen de Middellandse Zee en de Jordaan. Tweederde van hen is boer.
Anti-semitisme en zionisme
De meeste joden die in het jaar 70 uit Palestina wegtrekken, verspreiden zich over de hele wereld. Vooral in Europa hebben ze het dikwijls zwaar te verduren. In de 19e eeuw zijn ze regelmatig het mikpunt van volkswoede, zonder dat ze daartoe aanleiding geven. Deze haat tegen joden wordt anti-semitisme genoemd.
Een aantal joden is aan het eind van de 19e eeuw de anti-semitische vervolgingen in Europa beu. Zij richten daarom in 1897 de Zionistische Federatie op. De aanhangers van deze politieke beweging worden zionisten genoemd. Zij willen een eigen joodse staat. In het begin denken ze aan landen als Argentinië en Oeganda. Ze kiezen uiteindelijk voor Palestina, omdat dit gebied een belangrijke rol speelt in de joodse godsdienst en omdat ze daar 2.000 jaar eerder ook woonden. De leuze die de zionisten hanteren luidt: 'Palestina is een land zonder volk voor een volk (= joden) zonder land'. Helemaal juist is 'een land zonder volk' echter niet: er wonen Palestijnen wonen in het gebied, onder bestuur van de Ottomanen.

Een vergadering van enkele leden van de Zionistische Federatie
Twee tegenstrijdige beloften
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is Engeland in oorlog met Turkije. Engeland heeft grote belangen in het Midden-Oosten en wil zijn positie daar verstevigen. Palestina ligt op de landroute naar India, Engelands belangrijkste kolonie. Bovendien blijken zich in het Midden-Oosten grote olievelden te bevinden. In 1915 vragen de Engelsen de steun van de Arabische bevolking, waaronder de Palestijnen, in hun strijd tegen de Turken. In ruil daarvoor beloven de Engelsen onafhankelijkheid aan de Arabische volken. De Arabieren komen hun belofte na, de Engelsen echter niet. In 1917 schrijft Arthur Balfour, de Engelse Minister van Buitenlandse Zaken, aan Lord Rothschild, een Brits zionist:
Waarde Lord Rothschild Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal haar best doen om het bereiken van dit doel mogelijk te maken. Daarbij dient duidelijk begrepen te worden dat niets zal worden gedaan dat de rechten van de bestaande niet-Joodse (lees: Palestijnse) groepen in Palestina zal aantasten. Ik zou dankbaar zijn, indien u deze verklaring ter kennis zoudt willen brengen van de Zionistische Federatie,
Met vriendelijke groeten,
Arthur James Balfour
Na de Eerste Wereldoorlog verdelen Engeland en Frankrijk de buit. Palestina komt onder Brits bestuur. De Palestijnen komen in de jaren twintig en dertig herhaaldelijk in opstand. Zij protesteren tegen de Engelse bezetting en de toenemende invloed van de zionisten. Steeds meer joodse immigranten komen Palestina binnen en vormen een eigen bestuur. Dit alles met goedkeuring van de Engelsen. De joodse immigranten kopen ook grote stukken land van Arabische grootgrondbezitters, die zelf veelal buiten Palestina wonen. De grootgrondbezitters zijn meer geïnteresseerd in een hoge prijs voor het land dan de pacht die ze krijgen van de Palestijnse boeren. Omdat veel Palestijnse boeren en landarbeiders van hun grond verdreven worden, breekt er in 1936 een staking uit. Ze eisen van het Engelse bestuur een beperking van de joodse immigratie en landaankoop en onafhankelijkheid voor henzelf. Als deze eisen niet worden ingewilligd, mondt de staking uit in een opstand. Deze duurt van 1936 tot 1939 en wordt door de Engelsen bloedig neergeslagen.
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog beloven de Britten aan de Palestijnen een eigen staat binnen tien jaar. Maar ook die belofte houden de Britten niet. In 1947 besluiten ze het bestuur van Palestina aan de Verenigde Naties over te dragen.
De moord op zes miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog
In 1933 komt in Duitsland Adolf Hitler aan de macht. Hitler heeft een hekel aan de joden. In zijn land worden de joden op allerlei mogelijke manieren dwarsgezeten. Er komen beroepsverboden voor joden: ze mogen geen rechter, arts, ambtenaar, notaris, journalist of advocaat meer zijn. Joodse winkels worden geboycot. Joden mogen niet naar musea, openbare speeltuinen en zwembaden. Ze mogen niet trouwen met niet-joden.
Als een joodse jongen uit woede over de vernederingen op 7 november 1938 een Duitse diplomaat doodschiet, worden in de nacht van 9 op 10 november 1938 joden aangevallen, gaan synagogen in vlammen op, worden joodse winkels, huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen geplunderd, beklad en vernield. Het lijkt een spontane uitbarsting van volkswoede, maar in werkelijkheid zijn de vernielingen zorgvuldig geregisseerd door de partij van Hitler. Het resultaat: bijna 100 doden, 7.500 verwoeste winkels en 267 uitgebrande synagogen. Deze nacht is bekend geworden als de Kristallnacht (vanwege de vele scherven). Niet de daders worden gearresteerd, maar de slachtoffers: 30.000 joden. Het gaat van kwaad naar erger.
In het geheim bereidt Hitler de vernietiging van alle joden voor. Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) voert hij zijn geheime plannen uit. Uit alle landen van Europa die hij is binnengevallen, worden joden weggevoerd naar concentratiekampen waar ze moeten werken. Joodse burgers krijgen een oproep, worden op transport gesteld en na aankomst in een kamp geselecteerd op geslacht en gezondheid.
De sterken worden eerst nog te werk gesteld. De zwakken en de ouderen worden naar de gaskamers gebracht waar het beruchte zyklon B-gas zijn werk doet. De verbrandingsovens kunnen de toevoer nauwelijks verwerken, zo groot is de toevoer. In totaal worden er maar liefst zes miljoen joden in de vernietigingskampen vermoord.
Na de Tweede Wereldoorlog willen veel joden, die de oorlog overleefd hebben, weg uit Europa, weg uit het gebied waar ze zoveel familieleden en vrienden hebben verloren. Velen trekken naar Amerika, maar er gaan ook duizenden joden naar Palestina, naar het land van hun voorouders. Hun komst leidt tot problemen met de Palestijnen. Zij moeten met lede ogen toezien hoe de nieuwkomers steeds meer grond in beslag nemen en het voor het zeggen krijgen.
Het verdelingsplan van de Verenigde Naties 
Zoals gezegd draagt Engeland in 1947 de macht over aan de Verenigde Naties. Een speciale commissie met vertegenwoordigers uit elf landen, waaronder Nederland, komt met het voorstel om Palestina in tweeën te delen.
Ofschoon de joden slechts éénderde van de bevolking uitmaken en niet meer dan 7% van het land bezitten, krijgen zij door de VN 54% van Palestina toegewezen. De Palestijnen wijzen het voorstel af om die reden af.
De joden roepen op 15 mei 1948 de staat Israël uit. Er breekt een oorlog uit met de Arabische buurlanden en tussen Israëli's en Palestijnen. De Israëli's verwoesten 350 van de 500 Palestijnse dorpen en verslaan de Arabische buurlanden. De oorlog eindigt in een wapenstilstand zonder vredesverdrag.
Israël verovert 77% van Palestina. De overige 23% wordt veroverd door Egypte (de Gaza-strook) en door Jordanië (de Westelijke Jordaanoever). De naam Palestina verdwijnt uit de atlassen. Vanaf nu wordt het grondgebied met de naam Israël aangeduid.
'Bezette Gebieden'
De spanningen tussen Israël en de Arabische buren blijven bestaan. In 1967 leiden die spanningen tot de 'Juni-Oorlog'. Israël verovert de Sinaï-woestijn (op Egypte), de Golan-Hoogvlakte (op Syrië) en het restant van het oude Palestina, de Gaza-strook en de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Deze gebieden worden samen aangeduid als de 'Bezette Gebieden'. De Palestijnen die er wonen, vallen voortaan onder Israëlisch (militair) bestuur. In de ogen van de Palestijnen zijn de Israëli's bezetters.

Een joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever
De Palestijnen krijgen ook te maken met Israëlische nederzettingen: op de Westelijke Jordaanoever gaan 65.000 Israëli's wonen in zo'n 120 nederzettingen. Nog eens 65.000 Israëli's gaan wonen in joodse wijken in of rondom Oost-Jeruzalem. In de Gaza-strook gaan 2.500 Israëli's wonen in dertien nederzettingen. De Israëli's krijgen de beste gronden toegewezen. De Palestijnen die er wonen, worden van hun land verdreven.
(klik hier voor meer informatie over de nederzettingen).
Palestijnse vluchtelingen
Tijdens de oorlog van 1948 vluchten meer dan 700.000 Palestijnen naar de Gaza-strook, de Westelijke Jordaanoever of de omringende Arabische landen.
Als zij na de oorlog weer naar hun huizen willen terugkeren, worden zij door Israëlische soldaten tegengehouden. Deze Palestijnen komen in vluchtelingenkampen terecht. De Verenigde Naties besluiten op 11 december 1948 dat de Palestijnse vluchtelingen niet tegengehouden mogen worden en dat zij het recht op terugkeer hebben. Dit besluit van de VN wordt Resolutie 194 (III) genoemd. De Israëli's trekken zich hier echter niets van aan. Ze weigeren om de vluchtelingen te laten terugkeren.
(klik hier voor meer informatie over de vluchtelingenproblematiek).
Een minderheid van de Palestijnen, ongeveer honderdvijftigduizend mensen, blijft in het nieuwe Israël achter.
Zoals gezegd zijn veel Palestijnse vluchtelingen in 1948 op de vlucht voor de Israëli's in de Gaza-strook en op de Westelijke Jordaanoever beland. In 1967 krijgen deze Palestijnse vluchtelingen alsnog met hen te maken als Israël na de Juni-Oorlog beide gebieden bezet. Ook nu weer vluchten veel Palestijnen voor het oorlogsgeweld en ook nu wordt hen de terugkeer naar hun huizen onmogelijk gemaakt. De Verenigde Naties verzoeken de Israëlische regering nog een keer om vluchtelingen terug te laten keren (Resolutie 237, juni 1967).
Tevergeefs.
Een klein beetje zelfstandigheid
In 1993 vinden er geheime onderhandelingen tussen de PLO en Israël in Oslo plaats. Deze monden op 13 september 1993 uit in de ondertekening van een akkoord dat wel het Oslo- of Gaza-Jericho-akkoord wordt genoemd. Het akkoord houdt in dat Palestijnen in delen van de Gazastrook en in de stad Jericho beperkt zelfbestuur krijgen. Er komt een tijdelijke regering onder leiding van Arafat: de Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA).
Onder Palestijns zelfbestuur:
Gazastrook en
1. Jenin
2. Tulkarm
3. Qalqilya
4. Nablus
5. Ramallah
6. Jericho
7. Bethlehem
8. Hebron
De Palestijnen krijgen volgens het akkoord zelfbestuur over vijf taken, namelijk onderwijs, gezondheidszorg, belastingen, toerisme en welzijn. Maar Israël blijft echter de controle over de belangrijkste zaken als het land, de grenzen, de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, water, nederzettingen en Jeruzalem houden. Dus van onafhankelijkheid is geen sprake en van echte zeggenschap over hun eigen leven ook niet.
De blijdschap waarmee de wereld het akkoord tussen Israël en de Palestijnen begroet, is volgens de Palestijnen te voorbarig. In hun ogen is er nog helemaal geen oplossing en gaat de Israëlische bezetting voorlopig gewoon in alle hevigheid door.
De eerste en tweede intifadah
Intifada is een Arabisch woord dat 'beving' of 'opschudding' betekent. Met de intifada wordt de Palestijnse volksopstand aangeduid die op 9 december 1987 spontaan begonnen is. Op 8 december van dat jaar is er een ongeluk in Gaza waarbij vier Palestijnen om het leven komen. Een Israëlische auto (van het leger) rijdt over de vier Palestijnen hen heen. Veel Palestijnen denken dat er opzet in het spel is. Op 9 december wordt bij een demonstratie tegen het Israëlische legeroptreden bij Nabloes op de Westelijke Jordaanoever een demonstrant gedood. De Palestijnen gaan massaal de straat op om te demonstreren tegen beide gebeurtenissen: het begin van de intifada. Het begin ligt vast, het einde is veel minder duidelijk. Langzaamaan sterft het verzet weg en herneemt het gewone leventje zijn gang.
De onvrede over de 'bezetting' blijft. In 1993 komt er een vredesakkoord, maar die leidt niet tot wat de meeste Palestijnen hopen: een eigen, volledig onafhankelijke staat.
De onvrede daarover groeit en in eigen kring ondervindt Arafat veel verzet vanuit de Hamas-beweging, die tegen vredesakkoorden met Israël is. In 1997 hervatten Hamasleden op grote schaal de zelfmoordaanslagen tegen militairen en onschuldige burgers in Israël.
Op 28 september 2002 breekt de tweede intifada uit. Aanleiding is het bezoek van Sharon aan de Tempelberg in Jeruzalem. Dit bezoek wordt door de Palestijnen als zeer provocerend ervaren. Prompt breekt er een demonstratie uit die uitloopt op een veldslag tussen de Israëlische politie en de Palestijnse demonstranten. In heel Palestina is de verontwaardiging groot en zijn er relletjes: het begin van de tweede intifada, die tot op heden voortduurt.
Op 2 september 2002, bijna twee jaar na het begin van de tweede intifada, roept de Palestijnse minister van binnenlandse zaken Abdel Razzak al Yahya zijn landgenoten op om alle gewelddadigheden tegen de Israëli's, inclusief het gooien van stenen, te staken. Hij beseft dat het voortdurende geweld vredesonderhandelingen in de weg staat.